Home Up Roerende kunstvoorwerpen De schilderijen De Glasramen Het Orgel De altaren Bepleisteren de polychrome afwerking Upstairs, downstairs De Contrareformatie De polychrome afwerking Upstairs, downstairs De Contrareformatie Roerende kunstvoorwerpen De Schilderijen De Glasramen Het Orgel De altaren |
|

Op geen enkel ogenblik van de acht eeuwen bouwgeschiedenis liet men het natuursteenwerk
binnenin naakt zichtbaar. Zoveel is zeker. Vanaf de bouw van het kerkschip tot de
afwerking van de koorkapellen heeft men steevast alle wanden en gewelven van een dunne
gekleurde kalklaag voorzien, afgestreken met een grove borstel. Om een kleurtje zat men
niet verlegen. Bogen werden zalmkleurig, okergeel of wit geaccentueerd; ongeacht de
onderliggende steenverdeling schilderde men nieuwe brede witte of rode voegen bovenop de
raaplaag; zigzaglijnen met witte en vermiljoenkleurige driehoeken, vergulde en blauwe
biesjes zorgden voor een kleurrijke opsmuk. Op een bepaald ogenblik boordde een zwarte
plint van 230 cm hoogte de bruinrode tot helrode pijlers af. Met kalk en kleur wou men
duidelijk afstand nemen van de sombere en brute opbouw van het natuursteenparement. Ook
liet de kalklaag toe om polychrome figuratieve tekeningen aan te brengen, die onder meer
de kapellen van de diverse neringen en gilden een persoonlijk cachet meegaven en voor de
doorsnee ongeletterde middeleeuwer als een geïllustreerde bijbel fungeerden. |
|
De veelheid aan gevonden sporen bevestigt bovendien dat het
kerkinterieur zelden in zijn geheel op dezelfde wijze was aangekleed, dat m.a.w. diverse
polychrome versieringen naast elkaar voorkwamen. Wijlen Prof. Firmin De Smidt en
recentelijk ook een gespecialiseerd onderzoeksteam (Kunstatelier G.Thienpont o.l.v. A.
Volckaert en kunsthistorisch begeleid door G.J.Bral, Restaurateurscollectief) brachten
heel wat gegevens aan het licht met betrekking tot de oorspronkelijke kleurstelling. Door
middel van trapsgewijze steekproeven (waarbij alle opeenvolgende afwerkingslagen
stratigrafisch worden vrijgelegd) en puncties (waarbij slechts de oudste afwerkingslagen
worden blootgelegd), aangevuld met bouwhistorisch en scheikundig onderzoek, konden een
aantal restauratieopties worden afgelijnd. Toch mogen we ons deze vaak felle
kleurvariaties niet voorstellen met de huidige lichtinval. Dit zou de waarheid geweld
aandoen. Tegenover de heldere glasinvullingen nu, lieten de oorspronkelijke
gebrandschilderde glasramen een veel diffuser en meer gedempt daglicht binnenvallen, dat
de kleurcontrasten op wanden en gewelven ongetwijfeld sterk afzwakte. |