Home Up Roerende kunstvoorwerpen De schilderijen De Glasramen Het Orgel De altaren Bepleisteren de polychrome afwerking Upstairs, downstairs De Contrareformatie De polychrome afwerking Upstairs, downstairs De Contrareformatie Roerende kunstvoorwerpen De Schilderijen De Glasramen Het Orgel De altaren
|
|
De twintig nog resterende altaren werden tussen de 17de en de
19de eeuw geconstrueerd. De tweede helft van de 17de eeuw betekende door de bouw van het
hoogaltaar en elf zijaltaren onder pastoor Nottingham een absoluut hoogtepunt in de
interieuraankleding. Niet zelden kregen de altaren een andere patroonheilige toebedeeld en
ondergingen ze een kleurstelling eigen aan de tijdsgeest; ook om de recuperatie van
figuren en ornamenten afkomstig van gedemodeerde altaren zat men niet verlegen. Terwijl
de altaren aanvankelijk de welstand van het middeleeuwse patriciaat belichaamden,
evolueerden zij na de godsdienstoorlogen tot installaties van de plaatselijke ambachten en
neringen. Eén voor één decoreerden zij de hun toegewezen lokatie naar godsvrucht, doch
vooral naar vermogen. Met dezelfde praalzucht als hun gildehuizen in de stadskuip zochten
zij in dit bedehuis een gerespecteerde pied-à-terre.
Met het oog op de restauratie van het koor werd een eerste reeks altaren gedemonteerd
en opgestapeld in het schip, dat zolang dienst deed als steenkappersatelier. Naargelang de
middelen vrijkomen maken deze altaren na een vooronderzoek en restauratie stuk voor stuk
hun herintrede; omdat voor de interieurrestauratie de toelagen schaarser zijn, dient
hiervoor via "De Vrienden van de Sint-Niklaaskerk" vaak een beroep te worden
gedaan op de steun van het bedrijfsleven. Soms vinden actuele verenigingen nog wortels in
de historische broederschappen of rederijkerskamers en nemen hierdoor de draad op van hun
ontstaansgeschiedenis. |
|

Om de restauratie van het benedenschip mogelijk te maken moeten alle
altaren verhuizen naar een depot buiten de kerk. Dit biedt niet alleen de mogelijkheid tot
beter onderzoek en de noodzakelijke preventieve bescherming, doch voorkomt vooral
beschadiging tijdens de kerkrestauratie. Ook de talloze kleinmeubelen, zoals lessenaars,
kandelaars, biechtstoelen, naamkatalogen, beelden en kandelaars die de aankleding
uitmaakten van deze altaarensembles, worden in afwachting op hun integratie op een analoge
manier in bewaring genomen.
 |