Home Up Roerende kunstvoorwerpen De schilderijen De Glasramen Het Orgel De altaren Bepleisteren de polychrome afwerking Upstairs, downstairs De Contrareformatie De polychrome afwerking Upstairs, downstairs De Contrareformatie Roerende kunstvoorwerpen De Schilderijen De Glasramen Het Orgel De altaren
|
|

Omwille van de stijging van het Leiepeil onderging de binnenstad diverse ophogingen.
Ook de Sint-Niklaaskerk bleef hiervan niet gespaard. Voor de aanpassing van het
vloerniveau (1662) werd gebruik gemaakt van het puin van vergane bouwonderdelen. Het lag
voor de hand dat uitgerekend deze uitvullingslaag een schat aan archeologica bevatte,
zodat voor de wetenschappers de verleiding al te groot was om ze systematisch af te graven
tot op het gotisch vloerpeil. Aldus wist men niet alleen de verbrede basissen van de
bundelpijlers vrij te leggen, ook en vooral kon archeologisch materiaal van vroegere
bouwfases opgedolven worden. En er werd heel wat gevonden, onder meer een aantal
gemetselde graven met polychrome versiering. Het enthousiasme rond het vrijgelegde
middeleeuwse vloerpeil was zo groot, dat men tijdens de werken aan het koor en op
uitdrukkelijk aandringen van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen
besliste om deze situatie te bestendigen.
Hiermee werd een punt gezet achter een discussie die reeds sinds het begin van deze
eeuw werd gevoerd. Al op 1 mei 1907 immers had de voorzitter van de Koninklijke Commissie
gevraagd het vloerpeil met 130 cm en dat van het kerkschip met 85 cm te verlagen; meteen
zou hierdoor het sinds de 17de eeuw bestaande niveauverschil van zowat een halve meter
tussen koor en schip genivelleerd worden. Dit voorstel werd geconcretiseerd in de plannen
van architect Geirnaert. Begin de jaren veertig echter kwam er verzet van provinciaal
architect en corresponderend lid van de Koninklijke Commissie in Oost-Vlaanderen Valentin
Vaerwyck. Hij pleitte voor een conserverende aanpak, waarbij zowel de stoffering,
meubilering als het westportaal zouden behouden blijven. "Teneinde zich rekenschap
te kunnen geven van de binnenarchitectuur zou ik desnoods kunnen aanvaarden dat in de
kruisbeuk noord één zijkapel en een vak van de middenbeuk in oorspronkelijke staat wordt
hersteld", zo luidde zijn advies. De provinciale sectie en de Centrale
Koninklijke Commissie zorgden in die periode voor een stevig pingpongspel, waarvan de
degraderende kerk alleszins niet beter van werd. |
|
Uiteindelijk werd er gekozen voor een
archeologische restauratie van de middeleeuwse kerk, waarbij men na verwijdering van de
complete barokke binnenaankleding de 14de-eeuwse situatie (toen al een conglomeraat van
opeenvolgende bouwcampagnes) in haar ruwbouwvorm presenteerde. De bezoekers van de kerk
kunnen het vandaag, op enkele uitzonderingen na, goed stellen met deze werkwijze. Roepen
deze ruwe stenen immers niet de tot inkeer stemmende oervorm van het primitieve bedehuis
op? Loopt de miskenning van alle barokke opsmuk niet parallel met de schoorvoetende
vernieuwingen sinds het jongste Vaticaans Concilie en de drang naar meer sobere
ingetogenheid tegenover de vroegere praalzucht ? Maar er is meer. Door het aanbieden van
een situatie - al heeft ze zich historisch nooit voorgedaan - krijgt het gerestaureerde
kerkkoor een aparte herkenningswaarde: men raakt gehecht aan deze aankleding, alleen al
omdat ze nergens haar gelijke heeft. In brede kring reeds is de sereniteit van deze
devotieruimte geprezen tegenover de commerciële drukdoenerij op en rond de Korenmarkt;
tussen deze van ornament verloste muren kan men de deur van het drukke stadsgewoel even
achter zich sluiten...

Foto ontbreekt , heropbouw kapel ongelovige zielen.
Maar welk een dualiteit dan weer! De barokke altaren en het dito kerkmeubilair,
de schilderijen, lambriseringen, lezenaars en kandelabers, die ooit het katholiek réveil
hebben belichaamd en thans hoopvol uitzien naar een restauratiebeurt, kunnen deze
ingetogenheid alleen maar hypothekeren. Bij mondjesmaat keren ze terug uit ballingschap,
doch ze voelen zich eerder verstoten dan gewenst in hun nieuwe omgeving. Gladnaakte
marmeren lambris en epitafen, barokke portiekaltaren en sierlijk uitgewerkte registers
worden verweesd geprojecteerd op een bruut parement en op een niveau waarop ze nooit
hebben gestaan. Hierdoor raken gewilde proporties en lichteffecten zoek. Het paswerk van
koorafsluitingen en communiebanken vindt niet langer aansluiting bij de bredere
zuilbasissen. Van de zo geprezen integratie der plastische kunsten, waarbij architectuur,
schilder- en beeldhouwkunst, decoratie- en sierkunst onlosmakelijk in stijlverband in
elkaar overvloeiden, blijft niet veel meer over.
Als compromis kan men enkel nog van de zijkapellen barokke ensembles maken, door de
meubilering te presenteren op door kaleiwerk "geneutraliseerde" wanden. Maar
geen weldenkend mens zou men nu nog kunnen overhalen om de immense bouwstructuur van het
koorinterieur, waar met liefde en vakmanschap verdwenen en beschadigde natuursteenblokken
werden vervangen en ingepast, thans met een egaliserende pleisterlaag af te werken. Dit
zou - bovenop een onnoemelijke verspilling van gemeenschapsmiddelen - de miskenning
betekenen van jarenlange inzet en goedbedoelde vakkennis. |