Bepleisteren

 

Home
Up
Roerende kunstvoorwerpen
De schilderijen
De Glasramen
Het Orgel
De altaren
Bepleisteren
de polychrome afwerking
Upstairs, downstairs
De Contrareformatie
De polychrome afwerking
Upstairs, downstairs
De Contrareformatie
Roerende kunstvoorwerpen
De Schilderijen
De Glasramen
Het Orgel
De altaren

In het midden van de 18de eeuw had men zich genoodzaakt gezien om maaswerken te vervangen door metalen onderverdelingen, alsook triforia en bovenlichten dicht te metselen. Een centimetersdikke pleisterlaag moest alle sporen van verval en verbouwingen verbergen. Omdat daartoe tegelijk natuurstenen kapitelen, krullen en lijsten waren afgehouwen, is men er in sommige kringen nooit in geslaagd enig respect op te brengen voor deze "brutale camouflagetechniek", de soms prachtige stucornamenten ten spijt. Voor hen stond bepleisteren gelijk met maskeren. Liefst zonder enige vorm van registratie diende bijgevolg deze laag zonder verwijl te worden afgepeld, teneinde de "mooiere" natuursteenhuid vrij te leggen. Het objectief was immers het herstel van de oorspronkelijke middeleeuwse proporties. Wel wou men in de restauratie de opeenvolgende (middeleeuwse) transformaties als een bouwhistorisch draaiboek presenteren. Het barokke hoofdstuk werd hierbij initieel weggedacht.
Bij de restauratie van het kerkkoor bleven - meer door toeval dan vanuit een bewuste appreciatie - diverse polychrome resten op de muren achter. Enkel de figuratieve gewelfschilderingen in de askapel maakten voldoende indruk om geïntegreerd te worden. De rest sneuvelde nagenoeg integraal onder de bikhamers.
Toen men het kerkschip ging aanpakken waren de opvattingen sterk geëvolueerd. Thans is nagenoeg iedereen ervan overtuigd dat de bepleisterde, deels gekaleide aanblik niet alleen beantwoordt aan de middeleeuwse interieurafwerking, doch tevens voor de barokke aankleding het meest aangewezen projectievlak betekent.

P37.jpg (5464 bytes)

Alleen is het met de schaarse kleurgetuigen onmogelijk om de reconstructie van één momentopname te realiseren; de aanwezigheid van zoveel uiteenlopende gilden en broederschappen, die hun zijkapel en de aanpalende kolommen op een persoonlijke manier aankleedden, maakt het weinig vanzelfsprekend dat het kerkinterieur in zijn geheel ooit op een uniforme wijze was geschilderd. Van de barokke periode weten we wel met zekerheid dat het interieur regelmatig een dealbatio of kalkwitbeurt kreeg.
Omdat de Sint-Niklaaskerk vandaag het resultaat is van diverse bouwcampagnes werd voor het interieur van het kerkschip uiteindelijk gekozen voor de presentatie van diverse afwerkingstechnieken, waarvan het samengaan passend op elkaar kan worden afgestemd. Gewelven en zijkapellen krijgen hun oorspronkelijke pleisterlaag terug, waarbij representatieve figuraties en kleurresten worden geïntegreerd. Het kerkschip wordt over één travee met het middeleeuwse palet in kleur gezet.