De 19de eeuw

 

Home
Up
De 19de eeuw
Barokisering
Stabiliteitsproblemen
De dwarsbeuk
De dwarsbeuk
Uitbreiding koor
Verbouwing
De nieuwe benedenkerk
Het ontstaan
De nieuwe benedenkerk
Het ontstaan
De 19de eeuw
Barokisering

P17.GIF (16136 bytes)

Als gevolg van de Franse Revolutie werden alle Gentse kerken gesloten. Door het stadsbestuur werd zelfs het voorstel gedaan om in de Sint-Niklaaskerk een graanhalle te vestigen. Zover is het uiteindelijk niet gekomen. In 1800 gingen de deuren weer open voor de eredienst. De kerk was in een lamentabele toestand. In de revolutionaire dagen was er veel ontvreemd, zoals elementen van het meubilair, het beeldhouwwerk, het doksaal, kapelafsluitingen, verlichtingsarmaturen.

In 1822 werd er een nieuw doksaal opgericht door stadsarchitect Pierre Jean De Broe; het werd in 1856 door een neogotisch exemplaar vervangen. Een reeks nieuwe smeedijzeren kapelafsluitingen, vervaardigd in een prille neogotische stijl, werd samen met monumentale verlichtingsarmaturen en koormeubilair in Louis-Philippestijl aangeschaft.

Een der grootste Belgische glazeniers uit de eerste helft van de 19de eeuw, Jean Baptiste Capronnier, realiseerde twee uitzonderlijk rijk versierde glasramen.

De eerste sporen van historische belangstelling voor de Sint-Niklaaskerk als bouwwerk dagtekenen van rond 1840. De Stedelijke Commissie voor Monumenten en Stadsgezichten vroeg toen aan Jules de Saint-Genois en Auguste Van Lokeren een rapport op te maken over de situatie van de kerk. Echte bekommernis kwam er evenwel pas in de tweede helft van de 19de eeuw, onder invloed van de neogotische restauratiearchitecten. Tekenend voor die tijd is, dat er toen minder gelet werd op de ongemeen rijke, bijzonder gevarieerde en overwegend 17de-, 18de- en 19de-eeuwse aankleding van de kerk. De restauratiegeschiedenis leert dat er, naast de bouwkundige interesse, de laatste jaren terecht meer en meer aandacht gaat naar deze historisch zeer waardevolle aankleding.